april
2020
Inzicht
Interview

Het belang van doodnormale plekken

“Na mijn studie planologie mocht ik direct ‘voor het echie’ aan de slag. Ik startte in 1995 als assistent-projectleider met de vernieuwing van de Mercatorpleinbuurt in Amsterdam West. De leefbaarheid van deze buurt stond in die tijd behoorlijk onder druk door achterstallig onderhoud aan openbare ruimte en woningen, maar vooral door toenemende criminaliteit. De kogels vlogen letterlijk om je oren."

Guido
Fotografie: ©Marian van Veen

In gesprek met Guido Wallagh

Guido Wallagh, partner-adviseur van Urban Strategy (INBO), vertelt deze anekdote enthousiast vanuit zijn werkkamer via een wat haperende videoverbinding. Het is half maart 2020, week 2 van de door Corona opgelegde quarantaineperiode. Een tijd waarin we tegen wil en dank aan ons huis gekluisterd zijn en we ervaren hoe snel we plekken missen waar we elkaar kunnen ontmoeten.

Guido vervolgt: “Het plein zelf werd symbool voor een buurt in verval, terwijl de oorspronkelijke ontwerper, H.P. Berlage, het bedoeld had als huiskamer van de buurt. Toen het projectteam een ingrijpende herinrichting voorstelde, te beginnen met dagen en nachten flinke geluidsoverlast door het verleggen van tramrails, verwachtten wij veel cynisme en weerstand in de buurt. Het tegendeel bleek waar. Men waardeerde het juist enorm dat het plein als eerste op de schop ging. Het is een rotplein, maar wel ons plein – dat idee.

De buurt verlangde zo naar een plein om elkaar te ontmoeten en trots op te zijn. Wie nu het plein bezoekt, ziet dat dit verlangen realiteit is geworden. Het plein bruist. In de zomer is er een openlucht bioscoop. Kinderen trappen er een balletje. Het terras is vrijwel altijd vol. Vanaf de bankjes is het zien en gezien worden. De winkels en voorzieningen eromheen zorgen voor veel beweging. Het is echt een plek van en voor de hele buurt.”

Open
Open planproces Emmeloord

Weerstand is ook betrokkenheid

“Weerstand in een buurt wordt snel uitgelegd als een verzet tegen verandering. Zeker daar waar het om inbreiding gaat en dus om een verlies van openbare ruimte. Mijn ervaring is echter dat weerstand staat voor betrokkenheid en het verlangen naar openbare plekken die er toe doen. Een goed voorbeeld hiervan is het participatietraject dat we begeleidden voor het centrum van Emmeloord. Al tien jaar maakte men plannen, maar nergens was draagvlak voor.

Hierdoor werd er nauwelijks geïnvesteerd en ging het centrum alsmaar verder achteruit. Totdat het gemeentebestuur de bal bij de samenleving legde. Via het participatieproces vroegen we aan bewoners, ondernemers en eigenaren wat voor centrum zij willen en wat hiervoor moet veranderen. Zonder luchtfietserij, want het gemeentebestuur gaf bij aanvang van dit proces een aantal duidelijke spelregels mee. Zoals de financierbaarheid van de ideeën en het belang van een centrum voor iedereen.

Het proces leverde drie scenario’s op, met het grootste draagvlak voor de meest vergaande variant. In dit scenario werd het winkelgebied compacter, kwamen er woningen op een deel van de parkeervelden en was er openbare ruimte met veel meer groen en plek voor tijdelijke activiteiten. Zoals een ijsbaan die men nog tijdens het participatieproces testte. Dit was een groot succes en bracht jong en oud bij elkaar. Een ervaring die vele bewoners en ondernemers lange tijd gemist hadden in het centrum.”

Emmeloord
De korte achterzijde in Emmeloord

Niemands plek

Als weerstand een uitdrukking is van betrokkenheid en wij dit benutten in het ontwerpproces, zou dit in theorie altijd leiden tot plekken van ons allemaal. Maar is dat wel zo?

“Het concreet maken van verwachtingen, belangen, zorgen en weerstand en deze vervolgens vertalen naar goede openbare ruimtes, past in onze Nederlandse traditie van overleggen, polderen en het maken en vermaken van ruimte. Ik begon dit gesprek met mijn studie planologie en herinner me nog een definitie, namelijk: ruimtelijke ordening is de wederzijdse aanpassing van ruimte en samenleving, zulks ter wille van de samenleving. Een prachtige definitie die ruimte dienend maakt aan ons allemaal. Tegelijkertijd moet ik soms ook constateren dat ruimteclaims, belangen en verwachtingen onverenigbaar zijn.

Zo mocht ik recent bemiddelen voor de Oude Kerk in Amsterdam. Hier zochten de kerkgemeente, de erfgoedorganisaties, het museum voor moderne kunst en de gemeente naar een gezamenlijke programmering van een van de oudste plekken van samenkomst in de stad. Dit gesprek was niet voor niets een bemiddeling, omdat de partijen in de periode ervoor elkaar vooral troffen via de media en juridische wegen.

Helaas bleek ook in de bemiddeling dat soms geen gemeenschappelijkheid gevonden wordt in de waarde, de betekenis en het feitelijk functioneren van een plek. Misschien moet hier een scherpere keuze gemaakt worden, met als gevolg dat deze plek niet meer helemaal van ons allemaal is. Ook dat hoort bij ons werk.”

Emmeloord

Verwant

We use cookies to personalise content and ads, to provide social media features and to analyse our traffic. We also share information about your use of our site with our social media, advertising and analytics partners. View more
Accept