Van tent naar thuis
‘Het raakt me dat we in zo’n rijk land mensen in tenten en containers opvangen. Dat kan en moet beter.’
In die zin hoor je Robin Beers. Nog voordat het over ontwerp, planning of vierkante meters gaat, ziet zij de mensen die er moeten wonen. Opvang is voor haar geen abstract beleidsvraagstuk. Het gaat over mensen die ergens moeten slapen, wachten, koken, leren, en opnieuw beginnen. Iedereen verdient een thuis, ook als dat thuis tijdelijk is.
Robin noemt zichzelf ‘een uitgesproken architect en maker’. Ze kan zich opwinden over wat er misgaat, zegt ze, ‘maar we hebben een vak waarin we daadwerkelijk kunnen bijdragen aan het verbeteren van de leefomgeving.’ Juist daar raakt haar vak aan iets groters.
Architectuur als taal
‘Architectuur is mijn taal geworden’, zegt Robin. Door architectuur leerde ze de wereld ordenen. Waar geschreven taal haar vroeger remde, werd ontwerpen een manier om scherp te kijken, verbanden te leggen en dingen voorstelbaar te maken.
Daarom voelt de opgave van het COA voor haar zo vanzelfsprekend. Ontwerpen gaat over de vraag hoe mensen zich ergens prettig en thuis kunnen voelen. Hoe maak je van een plek die vaak onder druk ontstaat toch een omgeving met privacy, ontmoeting en waardigheid? Hoe voeg je kwaliteit toe wanneer de vierkante meters beperkt zijn?
‘Het raakt me dat we in zo’n rijk land mensen in tenten en containers opvangen. Dat kan en moet beter.’
Robin Beers
architect
Waarom een thuis ertoe doet
Die overtuiging kreeg eerder al vorm in A Home away from Home, de open oproep die het COA en Rijksbouwmeester Floris Alkemade in 2016 lanceerden. INBO was medeorganisator van deze oproep voor nieuwe huisvestingsoplossingen voor asielzoekers en andere woningzoekenden. De vraag was hoe tijdelijke huisvesting veilig, sociaal en passend kan zijn.
De 366 inzendingen lieten zien wat je met ontwerpkracht kon. Verschillende ideeën werden uitgewerkt tot prototypes en getoond tijdens Dutch Design Week in Eindhoven. Later kreeg die beweging een vervolg in de praktijk, onder meer in AZC Grave. Daar werd zichtbaar wat er gebeurt als mensen een plek krijgen waar ze echt mogen wonen: bewoners waren zuiniger op hun woning, legden voortuintjes aan en ontmoetten elkaar buiten.
Voor Robin raakt dat aan de kern van de opgave. Tijdelijkheid hoeft geen excuus te zijn voor minder kwaliteit. Sinds 2024 werkt INBO vanuit een raamcontract aan meer dan tien opvangprojecten door heel Nederland: van Sneek tot Wageningen, van Brummen tot een drijvend AZC. In al die projecten komen opgaven samen waar INBO voor staat: menswaardige opvang, gedeeld ruimtegebruik, toekomstbestendige gebieden en sterke gemeenschappen.
Samen zoeken naar ruimte
Robin noemt het COA een ‘meerkoppig wezen’: noodopvang, reguliere opvang, AMV-locaties, kleinschalige opvang, elk met eigen regels, tempo’s en belangen. Inmiddels kent ze die wereld goed. Ze weet waar de kaders hard zijn en waar ruimte zit om het beter te doen. Die ruimte ontstaat in gesprek met projectleiders, locatiemanagers en bewoners. Die input en kennis maakt elk ontwerp scherper.
De locaties zijn zelden eenvoudig: een landgoed met erfgoedwaarden, een Natura 2000-gebied, een kavel ver van het centrum, een gebouw met weinig daglicht, een gebied met netcongestie. ‘Je moet de problematiek van een plek zien als een interessante puzzel’, zegt Robin. Juist de complexiteit vraagt om verbeelding. Nederland is een land met water, dus onderzoeken we een drijvend AZC. Is een locatie te kwetsbaar om zwaar te bouwen? Dan zoeken we naar lichte, demontabele oplossingen.
Die houding is nodig, want de dilemma’s zijn echt. Hoe breng je kwaliteit als de politiek snelheid vraagt? Hoe werk je met erfgoed zonder van opvang een instituut te maken? Hoe bouw je duurzaam als het elektriciteitsnet tekortschiet? Hoe creëer je draagvlak als angst het gesprek domineert?
Niet apart, maar onderdeel
Die dilemma’s raken aan een grotere vraag: waarom organiseren we opvang nog zo vaak apart, aan de rand van de samenleving? ‘Het zijn geen gevangenen. Het zijn gewoon mensen’, zegt Robin. Wat zegt het over ons dat we mensen die willen meedoen op plekken zetten waar meedoen moeilijk wordt?
Het kan ook anders. Wat gebeurt er als opvang onderdeel wordt van gebiedsontwikkeling? Als gebouwen die opvang bieden, ook naast elkaar woningen kunnen zijn voor studenten, starters of gezinnen? Dan wordt opvang een bredere woonopgave.
Achter al die afzonderlijke doelgroepen schuilt vaak dezelfde vraag: waar kan ik wonen, meedoen en een toekomst opbouwen? Starters, studenten, statushouders, ouderen en mensen die tijdelijk zonder woning zitten, worden in beleid vaak apart georganiseerd. In de ruimte kunnen hun behoeften juist dichter bij elkaar komen.
Daarom ontwerpt Robin gebouwen die meebewegen met de samenleving: vandaag opvang, morgen een thuis voor anderen. Een opvanglocatie hoeft nooit iemands eindbestemming te zijn. Maar voor de tijd dat iemand er woont, moet het wél als een thuis kunnen voelen. Zoals Job Cohen het ooit zei: ‘Als je het beter hebt dan anderen, bouw je een langere tafel, geen hoger hek.’
Credits
Tekst
Robin Beers, Margot van der Meer


